Spirituele gevoeligheid

Het laatste terrein van hooggevoeligheid is het spirituele. Deze wordt niet altijd genoemd als het om H.S.P. gaat. Dit is namelijk het terrein wat het moeilijkste te onderzoeken is door de wetenschap.
Ook in spirituele hooggevoeligheid bestaan er verschillende soorten en gradaties.
Als je zo eens rondvraagt is er altijd wel iemand die 's nachts een persoon bij zijn bed heeft gezien, die wist wie er belde zonder de telefoon op te nemen of dat hij tegen 'zichzelf' zit te praten.
Hele jonge kinderen zo tot een jaar of twee zijn altijd gevoeliger voor buitenzintuigelijke waarnemingen. Bij de meeste kinderen zal het na een jaar of twee gaan afzwakken totdat ze er niet of nauwelijks mee iets van merken.
Bij een kleine groep kinderen zwakt het niet af. In de puberteit nemen de waarnemingen juist toe. Deze kinderen worden dan spiritueel hooggevoelig genoemd.

 

Zij zien 'dingen' die anderen niet zien:
bijvoorbeeld overleden mensen, situaties in de toekomst of juist uit het verleden, of aura's.

Ze horen 'dingen' die anderen niet horen:
bijvoorbeeld een gesprek voeren met mensen die niet lijfelijk in de kamer aanwezig zijn, situaties in de toekomst of juist uit het verleden.

Ze ruiken 'dingen' die anderen niet ruiken:
bijvoorbeeld of iemand ziek wordt of doodgaat, het weer dat verandert, maar ook luchtjes die overleden mensen altijd bij zich droegen zoals een parfum.

Ze voelen 'dingen' die anderen niet voelen:
bijvoorbeeld een aanwezigheid van iemand, de sfeer waarin iemand zich bevindt (zowel in het heden als in het verleden) of aardstralen.

Ze weten 'dingen' die anderen niet weten:
gebeurtenissen die ophanden zijn zoals een ongeluk of een zwangerschap.

Een kind die spiritueel gevoelig is moet je ook niet proberen om dingen wijs te maken. Zij zullen daar dwars doorheen prikken en je niet meer serieus nemen. Met eerlijkheid en oprechtheid zal je bij hen het verst komen. Hebben ze eenmaal besloten dat ze je niet meer serieus nemen, dan moet je van goeden huize komen om dit weer recht te zetten.
Voor deze kinderen is het belangrijk om goed geaard te zijn met de aarde. Hierdoor kunnen ze de extra hoeveelheid prikkels beter verwerken. Een wandeling in het bos of door de branding van de zee doet al heel veel. Ook het hebben van een huisdier kan al voor een betere aarding zorgen.